Hier moet het zijn denkt hij. Het oude schoolgebouw ziet er
een stuk kleiner uit dan in zijn herinnering. Het kleine hoofdgebouw heeft inmiddels
uitbreiding gekregen. De verschillen zijn duidelijk zichtbaar in de stenen
muren. De kozijnen zijn nog steeds bruin geschilderd en hoog toe aan een nieuwe
laag verf. Het schoolplein heeft niet meer alleen een zandbak maar er staan nu
ook allerlei klimrekken, om de leerlingen bezig te houden tijdens de pauzes. De
lijnen op het schoolplein geven vorm aan een klein voetbalveldje. Net zo’n
voetbalveld als waar hij vroeger vaak langs de kant zat.
Toen hij op de basisschool zat hoorde hij nooit echt ergens
bij. Als de jongens in de pauze teams maakten om te voetballen bleef hij altijd
als laatste over. De twee teams waren dan al compleet en hij belandde op de
reservebank. Dat was dan ook waar hij vrijwel al zijn pauzes doorbracht. Af en
toe kwam er een juf of meester naast hem zitten die hem dan vroeg waarom hij
niet met de meisjes mee ging spelen. Maar als hij ging touwtje springen en
hinkelen werd hij door de jongens nooit meer serieus genomen. Dus at hij liever
zijn boterhammen op de reservebank en hoopte dat hij een keer in mocht vallen.
Zodra hij door het hek het schoolplein op stapt, krijgt hij
meteen dat gevoel terug. Klamme handen, pijn in zijn buik. Weer precies alsof
hij op het schoolplein staat te wachten tot hij gekozen wordt voor een team. En
dan te bedenken dat hij hier helemaal niet wilde zijn.
Zijn vrouw vond de brief. Toen ze ’s avonds in bed lagen begon
ze er over.
“Ik zag de brief van je reünie. Wat leuk..”
“Ik ga niet naar de reünie. Ik heb die tijd achter me
gelaten. Ik wil er niet meer aan herinnerd worden.”
“Maar je bent nu wie je altijd wilde zijn. Je bent sterker
geworden. Het is vast hartstikke gezellig als je al je oude klasgenoten weer
terug ziet.”
“Maar wat moet ik dan tegen ze zeggen? Niemand daar gaat me
zich nog herinneren. Ik probeerde zo weinig mogelijk op te vallen. En dan moet
ik ze nu opeens dit alles uit gaan leggen?”
“Je bent er altijd zo open over, dat moet je tegen hen ook
zijn.”
“Ik weet het niet. Hoe groot is de kans dat ze het niet
snappen? Dan moet ik nog maar afwachten of het blijft bij genegeerd worden.”
“Ach welnee, jullie zijn volwassen nu. Ik weet zeker dat de
meesten het snappen. En dan kun je de rest toch gewoon laten praten?”
“Ik ga er nog wel even over slapen. Maar ik sla het
waarschijnlijk over.”
Een week later vond hij de bevestiging op de deurmat. Zijn
vrouw had hem opgegeven en hij had zich er bij neergelegd dat hij zijn
oud-klasgenoten opnieuw ging zien. Alleen dit keer zoals ze hem nog niet eerder
gezien hadden.
Nu hij er staat heeft hij spijt van zijn beslissing. Ze had
het mooi weten te vertellen die avond, maar die buikpijn was nu echt in volle
hevigheid terug en er was er maar één die daar last van heeft.
Het was dertig jaar geleden dat hij zijn klasgenoten voor
het laatst gezien had. Hij had er voor gezorgd dat zijn middelbare school er
een werd waar niemand op zat die hij kende. Dat hij daar een uur voor met de
bus moest nam hij voor lief. Een nieuwe start en een nieuwe kans om te zijn wie
hij echt was.
En nu staat hij daar weer, voor die grote zware deur die hij
vroeger nooit open kreeg. Wie had dat ook bedacht, zo’n deur voor een
basisschool? Hij brengt zijn hand naar de deurklink en houdt deze een paar
seconden vast. Achter die deur ligt een verleden. Een verleden waarvan hij niet
had gedacht daar ooit nog naar terug te keren. Wil hij er eigenlijk wel naar
terug keren? Hij laat de klink los en wil zich omdraaien, maar op dat moment stopt
er een auto. Portieren slaan dicht. Als hij hier onderuit wil komen moet hij nu
weglopen.
“Hé hoi!” klinkt het achter hem. Te laat. Nu zul je echt
naar die reünie moeten jongen, denkt hij terwijl hij zich omdraait naar de persoon
achter hem.
Daar staat de vrouw waar hij bijna zijn hele
basisschoolcarrière verliefd op is geweest. Ze heeft hetzelfde lange blonde
haar als dat ze vroeger had. Voor de gelegenheid heeft ze een simpele maar
mooie zwarte jurk aangetrokken en de glimlach
die ze hem geeft doet hem nog steeds smelten.
“Kom je ook voor de reünie? Ik herken je zo vlug niet, wie
ben je?”
“Frank”, zegt hij.
“Frank? Hm, die naam zegt me even niets, sorry. Maar leuk om
je weer te zien! Ik ben Jacqueline.”
Ja, Jacqueline. Het enige meisje dat nog wel eens aardig tegen
hem was. Natuurlijk herkent ze hem niet. Niemand gaat hem herkennen als Frank.
Hij kan zichzelf wel voor het hoofd slaan. Waarom zei hij nu niet gewoon hoe
hij vroeger heette.
“Zullen we maar naar binnen gaan Frank? Ik ben zo benieuwd
naar wat er van iedereen geworden is.”
Frank knikt een keer en doet dan toch de deur open. Dat gaat
opvallend makkelijk deze keer.
“Kom, deze kant op. Het is in de gymzaal. Ik kan me deze
gangen nog zo goed herinneren. Kijk, hier zaten we met groep acht,” zegt ze
terwijl ze naar een blauwe deur aan haar linkerhand wijst.
Hij kijkt even door de ramen maar herkent helemaal niets in
het rijk versierde klaslokaal. De tafels staan in groepen bij elkaar, de kasten
liggen vol met felgekleurde lesboeken en in plaats van het ouderwetse schoolbord
hangt er nu een digiboard aan de muur. Hij heeft op de ouderavond van zijn dochter
gezien dat een digiboard eigenlijk niets meer dan een veredelde computer is.
Die ouderwetse krijtborden hadden wat hem betreft gewoon mogen blijven.
De deur met ‘reünie groep 8 van 1983’ komt in zicht. De
buikpijn keert terug. Dit is het moment van de waarheid. Uit de deuropening
klinkt muziek en aan het rumoer te horen zijn ze niet de eersten op deze reünie.
Daar had hij beter wel voor kunnen zorgen. Dan had iedereen naar hem moeten
komen in plaats van dat hij nu iedereen af moet om handen te schudden.
Met kleine stapjes loopt hij de gymzaal binnen. Een paar
vrouwen die dichtbij de deuropening staan kijken zijn kant op maar gaan meteen
weer verder met hun gesprek. Hij herkent ze meteen, ze zijn niets veranderd.
‘L3’ werden ze vroeger genoemd. Lieke, Liza en Lotte. Hij kan zich niet
herinneren ooit één van hen gezien te hebben zonder de anderen op maximaal
een meter afstand. Nu hij L3 opnieuw bij elkaar ziet krijgt hij een nog grotere
voorkeur voor de Belgische variant van Gert Verhulst.
De organisatie van de reünie heeft in ieder geval haar best
gedaan concludeert Frank als hij rond kijkt. De zaal hangt vol met slingers en
ballonnen en er staan genoeg statafels om iedereen van een plaats te voorzien.
Hij loopt langs een groep die zich al een tafel toegeëigend
heeft richting de bar. Zo te zien is dit de populaire club. Jos heeft net als
vroeger nog steeds het hoogste woord. Alleen waar hij vroeger een grote bos
krullen had is er nu weinig haar meer te bekennen. Dat gemis maakt hij wel goed
met de buik die er voor in de plaats is gekomen. Vast het goede leven denkt
Frank, terwijl hij snel door loopt.
Hij wilde vroeger zo graag bij dat populaire clubje horen.
Hij droomde er van om een keer een goede grap te maken waardoor hij de nieuwe
beste vriend werd van Jos. Hij heeft vast goede grappen gemaakt, alleen Jos
keurde hem geen blik waardig.
Nu kan er een klein knikje van af en Frank knikt terug.
De bar is voor deze gelegenheid een tafel waar alle drank en
glazen op staan. Iedereen heeft hetzelfde bedrag betaald voor de consumpties en
verder is het ieder voor zich en op is op. Frank besluit een biertje te pakken
om wat te ontspannen. Tot nu toe valt het reuze mee. Niemand heeft nog iets
vervelends gezegd.
Net als hij het laatste beetje in zijn glas schenkt staat
Jacqueline weer naast hem.
“Hey, Frank.”
“Hoi Jacqueline.”
“Zeg, ik stond net met Esther naar een oude klassenfoto te
kijken, maar volgens mij sta jij daar helemaal niet op?”
“Vast wel.”
“Nee, echt niet! Kom, wijs jezelf eens aan.”
Voor Frank er iets tegenin kan brengen trekt ze hem al mee
aan zijn arm in de richting van Esther.
“Kijk, hier is de foto. Waar sta jij dan?”
Esther en Jacqueline kijken hem verwachtingsvol aan.
Hij pakt de foto en ziet een klas die netjes verdeeld is in
rijen achter elkaar. De grote kinderen achteraan en de kleintjes zittend op de
grond. Hij kijkt er even naar en wijst vervolgens een blond kind aan dat in
kleermakerszit op de grond zit.
“Hier, dit ben ik.”
“Huh, maar dat is toch een meisje?” vraagt Esther.
“Ja, volgens mij ook Esther,’ antwoordt Jacqueline.
Frank voelt zijn hartslag versnellen en de buikpijn die afgezakt
was is weer op volle sterkte terug. Ik kan natuurlijk zeggen dat ik me vergist
heb, denkt hij. Gewoon iemand anders aanwijzen.
“Ik weet het weer,’ zegt Esther. “Dat is Marieke. Die had,
de dag voor we de schoolfoto hadden, een stuk van haar haren afgeknipt en toen
moest alles er af. Ze leek net een jongetje.”
“Oh ja! Dat meisje dat nooit met ons wilde spelen in de
pauze omdat ze bleef hopen dat ze een keer gekozen werd in de voetbalteams.”
Jacqueline lachte. “Ik vond dat altijd zo’n apart kind.”
“Ik bedenk me opeens dat ik helemaal niet op die foto sta,”
zegt Frank snel. “Ik was die dag ziek. Dus ik kan mezelf ook niet aanwijzen.
Dat meisje leek gewoon heel erg op mij vroeger.”
“Wat jammer zeg. Ik was wel benieuwd naar hoe je er vroeger
uit zag. Je moet vast heel erg veranderd zijn als niemand je herkent.”
Frank lacht een keer en zegt: ”Ik denk dat ik maar eens een
rondje ga lopen. Ik zie jullie later wel weer.”
Hoe verder hij van de tafel met Jacqueline en Esther af
loopt hoe rustiger zijn hartslag wordt. Dit was de enige kans die hij had en
hij heeft hem niet gegrepen. Nu moet hij de “rest van de avond het verhaal
volhouden dat hij niet op die ene klassenfoto staat. Dat hij ziek was.
Nog maar een biertje dan besluit hij. Als hij dan niet
helemaal zichzelf kan zijn moet hij het maar zo leuk mogelijk maken. Hij kan
moeilijk na een half uur alweer de reünie verlaten.
De gymzaal is inmiddels aardig volgestroomd met mensen. Zo
te zien is de klas compleet denkt Frank. Hoeveel verschillende klassenfoto’s
zullen mensen vanavond meegenomen hebben? En op hoe veel van die foto’s moet
hij zichzelf aan gaan wijzen? Hij kan moeilijk bij iedere klassenfoto ziek zijn
geweest.
Als hij zijn volgende biertje in staat te schenken komt Mark
naast hem staan. Tenminste, als zijn geheugen hem niet in de steek laat.
De man steekt zijn hand uit en stelt zich voor. Zijn
vermoeden klopte. “En jij bent?”
“Frank. Lang geleden zeg joh.”
“Ja, dat hoor ik van iedereen hier. Maar ik denk dat wij
samen nog steeds iedereen hier keihard in kunnen maken als we weer voetbalteams
maken net als vroeger. Wat denk jij?”
Frank glimlacht naar hem en knikt. “Ja, dat denk ik ook.”
“Zeg, heb jij Marieke eigenlijk al gezien? Dat was de enige
naar wie ik écht benieuwd was. Kun je je nog herinneren hoe ze haar haren
afgeknipt had omdat ze een jongetje wilde zijn?”
Niet weer, denkt Frank. Het idee dat hij straks uit moet
gaan leggen wat er met Marieke gebeurd is, maakt dat zijn hele shirt klam wordt
van het zweet. Hij moet hier weg. Weg van zijn oud-klasgenoten. Weg van
Marieke.
“Hé, gaat alles wel goed met je?” Mark legt zijn hand op
Franks schouder en uit een reflex slaat Frank deze weg.
“Wow, relax man. Je ziet gewoon een beetje bleek,” zegt
Mark.
“Er is niks.” Frank kijkt om zich heen in de hoop een goede
reden te vinden om hier weg te kunnen.
“Je gedraagt je vreemd man. Het lijkt wel alsof je iets te
verbergen hebt of zo.”
Frank maakt aanstalten om weg te lopen als Mark hem tegen
houdt.
“Wacht eens. Jij bént Marieke he? Daarom gedraag je je zo
vreemd. En daarom herkent niemand je.”
“Laat me los.” Frank probeert zich los te rukken maar Mark
houdt hem stevig vast.
“Jongens, mag ik even de aandacht?” roept Mark door de
gymzaal. “Ik wil jullie voorstellen aan onze special guest van de avond. Zijn
naam is Frank. Je zult hem misschien niet herkennen met dat korte haar en hij
heeft zelfs baardgroei nu, maar de meeste van jullie zullen hem kennen onder de
naam Marieke.”
Iedereen in de gymzaal valt stil en staart naar Frank. Hij
weet zich los te trekken van Mark en loopt in de richting van de uitgang. De
mensen waar hij langs loopt staan met elkaar te smoezen. “Had jij hem herkend?”
“Marieke was wel een beetje vreemd, maar dit?” “Had jij dit verwacht van
Marieke?” Een enkeling durft uit te spreken dat hij toch wel bewondering heeft
voor het feit dat Frank zijn gezicht heeft laten zien op de reünie maar niemand
maakt aanstalten om naar hem toe te komen.
Als hij bij de uitgang zijn jas van de kapstok haalt ziet
hij Jos in de richting van Mark lopen. Jos slaat Mark op zijn schouder en Frank
hoort hem zeggen: “Goede grap man! Beter dat die freak weg is. Zulke mensen wil
ik helemaal niet kennen.”
Mark lacht naar Jos maar wendt meteen zijn hoofd af en staart
naar de grond.
“Kom, gaan we een biertje doen,” zegt Jos. “Als twee échte
mannen.”
